23-03-2018 - Verslag van het debat over design in Nederlandse musea, aansluitend op de algemene ledenvergadering van de BNO.

TEKST FREEK KROESBERGEN

Op woensdag 21 februari organiseerde de BNO een algemene ledenvergadering in het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch (SM-S), gevolgd door een openbaar debat over design in Nederlandse musea: een stand van zaken en meningen. Eerste aanleiding voor dit debat is het vormgevingsbeleid van het Stedelijk Museum te Amsterdam, een onderwerp waar de BNO zich de afgelopen tijd in heeft gemengd. Maar ook andere musea maken op dit front ontwikkelingen door. Een verslag.

Een van de deelnemers aan het debat is gastheer Timo de Rijk, directeur van het Stedelijk in Den Bosch en voorzitter van de BNO. Verder zitten Guus Beumer (directeur Het Nieuwe Instituut), Hans Gubbels (directeur Cube design museum), ontwerper Richard Hutten en Ingeborg de Roode (conservator industriële vormgeving Stedelijk Museum Amsterdam) aan tafel.

Katja Weitering, voorzitter van de commissie Musea in de Amsterdamse Kunstraad en hoofd presentaties van het Museum Catharijneconvent, modereert het debat.

PRIMEUR

Als gastheer opent Timo de Rijk het debat met een primeur: het Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch gaat van naam veranderen en heet per 1 juni Design Museum Den Bosch. De nieuwe naamgeving is de volgende stap in de uitgezette koers; het museum zal zich met de programmering uitsluitend richten op design en toegepaste kunsten.

De Rijk: 'Design Museum Den Bosch richt zich op de impact van design op ons dagelijks leven. Niet alleen de vormgeving zelf komt centraal te staan, maar we vertellen ook het verhaal erachter. We belichten de culturele betekenis. We plaatsen vormgeving in context van de geschiedenis, de actualiteit en de betekenis voor de toekomst.'

De naamswijziging van het Bossche museum is de nieuwste ontwikkeling binnen het beweeglijke Nederlandse museumlandschap, ook beschreven in de recente editie van Dude, en onderstreept de actualiteit van het debat vandaag. 

Meer achtergrond: 'Ik vind dat design in Nederlandse musea veel te vrouwelijk is' ›
(Volkskrant, 23 februari 2018) 

Meer achtergrond: 'Het wordt hoog tijd voor expositie over nazidesign' ›
(Volkskrant, 23 februari 2018)

GRUNGE

Richard Hutten breekt als designer natuurlijk een lans voor design: 'Design hoort in musea. The Museum of Modern Art noemt design de belangrijkste kunstvorm. Dat is ook logisch, want het is alom aanwezig. We hebben zo'n tweehonderd musea in Nederland, en dat zijn allemaal designmusea: van naaimachinemuseum tot automuseum. Juist de overige kunst leeft een marginaal bestaan in de musea.'

'ZONDER NIRVANA
HAD DROOG DESIGN
NIET BESTAAN'

Richard Hutten

Wat Hutten mist is de context van dat getoonde design, zoals het achterliggende maakproces of de impact op de gebruiker. 'Afgelopen zondag opende de expositie over 25 jaar Droog Design in Museum Kranenburgh. Dat is mooi, maar uiteindelijk was het alleen maar een verzameling producten zonder enige context. Terwijl het een prachtige tijd was waarin dit ontstond. De val van de muur. De grunge. Dat is de essentie van Droog! Zonder Nirvana had Droog niet bestaan. Dus waarom werd hun muziek bijvoorbeeld niet gespeeld? Ik vond het een gemiste kans.'

Ook ziet de ontwerper de onderlinge concurrentie als probleem: 'Het lijkt soms te gaan om de vraag wie het meeste heeft van Sottsass, Gispen, of Eames. Laten we een grote nationale collectie maken. En toon alle vormen van kunst en design samen, voor het tijdsbeeld en de onderlinge verbanden.'

Meer over: 'Do it like Droog. 25 jaar Droog Design' ›

CONTEXT

Ingeborg de Roode beaamt het: 'In musea haal je design inderdaad volledig uit de context van de gebruiker, en ook van het productieproces. Daar ben ik me bewust van. Maar diegene die de exposities maakt moet in staat zijn die context te geven. En dan is het jammer om te constateren dat de universiteiten bij het opleiden van kunsthistorici de laatste jaren maar weinig aandacht voor vormgeving hadden.'

'HET IS HEEL MOEILIJK
OM VORMGEVING GOED
TENTOON TE STELLEN'

Ingeborg de Roode

Ook pleit De Roode voor meer aandacht bij de kunstacademies; niet alleen voor vormgevingsgeschiedenis, maar ook voor tentoonstellingsvormgeving. 'Het is heel moeilijk om vormgeving goed tentoon te stellen, en het is dus van levensbelang dat we hierbij met goede ontwerpers kunnen samenwerken, die een interessante tentoonstellingsvormgeving kunnen creëren en iets met de context doen.' (Op een vraag uit de zaal zegt ze gek genoeg nog nooit benaderd te zijn door ontwerpers (in spe) die in dat kader stage aanvragen, in tegenstelling tot de vele kunsthistorici die zich aandienen.)

DEFINITIE

Hans Gubbels worstelt met hetzelfde probleem: 'We ontdekten dat de contextualisering van een object heel moeilijk is. Onze kennis ligt niet zozeer op het gebied van objecten; we zijn meer een intermediair tussen het object en het publiek, proberen mensen via het object te introduceren tot het proces, de overwegingen erachter en de totstandkoming. We hadden ons eigenlijk vormgevings- of ontwerpmuseum willen noemen. Bij "design" denkt iedereen aan een object, en niet aan een proces zoals in de Engelse taal. Dat zit in Nederland een beetje in de weg. Met aantal Nederlandse musea zijn we op zoektocht naar een gemeenschappelijke definitie, maar we zijn er nog niet uit.'

'BIJ DESIGN DENKT
IEDEREEN AAN EEN
OBJECT, EN NIET AAN
EEN PROCES'

Hans Gubbels

De Rijk vraagt toch even door: 'Waarom heb je het dan niet "ontwerpmuseum" genoemd?' 'Omdat uit onderzoek bleek dat niemand begreep dat het dan om vormgeving ging', meldt Gubbels. 'En de aantrekkingskracht was minder dan de term "design". Wat belangrijk is: we proberen de tentoonstellingen te gebruiken om mensen via het object te introduceren tot het proces, met de overwegingen achter het object en met de totstandkoming ervan.'

Meer over: 'Haalbaarheidsstudie gezamenlijke online collectie Design for Human Needs' ›

GEHEUGEN

Guus Beumer vindt de pogingen tot een definitie van het begrip 'design' heel terecht, maar kreeg tegelijkertijd van de overheid de opdracht om voorbij die definitie te kijken naar innovatievermogen. 'Een prachtige, complexe vraag', maar een moeilijke voor een instituut met een 'oud instrumentarium' en zonder collectie – of althans een collectie met een heel ander karakter dan bij andere musea: het is een archief.

'Bij architectuur is het object dat gepresenteerd wordt niet letterlijk aanwezig. De mensen in ons instituut dachten na over die fundamentele afwezigheid, en hoe daarmee om te gaan. Ook nu nog verbinden we exposities uitdrukkelijk aan een vraag, en niet aan een object. Datgene wat fundamenteel onzichtbaar is – en dat is steeds meer in deze wereld – willen we zichtbaar maken.'

'HET COLLECTIEVE
GEHEUGEN VAN DESIGN
IS GEHEEL VERWATERD'

Guus Beumer

Het archief en de door de overheid beoogde rol speelt Beumer parten: 'Het collectieve geheugen van ons domein, en met name van design, is geheel verwaterd. Premsela heeft er ooit een begin mee gemaakt. Ons architectuurarchief bevat zes miljoen documenten, en dat is een gigantisch probleem. Hoe ontsluit je dat, hoe analyseer je het archief en hoe maak je het productief? We kunnen dit vraagstuk niet – of niet als enige – beheren, maar wel aan de orde stellen! Het is een fundamentele vraag. We willen dat een landelijk instituut zich over die vraag buigt en het collectieve geheugen zeker stelt.'

Laatste nieuws: 'Ministerie OCW investeert 11 miljoen in architectuurcollectie HNI' ›

VRAGEN

Van zo'n gigantisch archief naar de rol van digitalisering is een snel gemaakte stap. Er volgt dan ook een terechte vraag uit het publiek naar de visie op het verschil tussen het museum als fysieke ontmoetingsplaats, en het virtuele museum. Maar ook zijn er vragen over de toenemende druk van gewenste bezoekersaantallen – is straks de collectie nog leidend of wordt het een zaak van gewiekste marketing? – en de verwachtingen van het publiek. De Rijk: 'Als je dat ontkent heb je een probleem, maar als je ermee speelt dan kan je het publiek meekrijgen.' Beumer voegt toe: 'Het gaat om verleiden. Tenminste als je het museum als instrument ziet van de verlichtingsdiscussie. Wat als je met die verwachting van de bezoeker gaat spelen? Op dat soort momenten blijkt het publiek heel enthousiast. Simpele omkeringen geven groot succes.'

Een uitverkochte zaal en de levendige publieksinteractie maakten van het debat ook een succes. Tegelijkertijd bleken er meer vragen te bestaan dan waar in de beperkte tijd antwoord op kon worden gegeven. Er komt dan ook zeker een vervolg, en de BNO blijft het debat over de positie van design in, en het vormgevingsbeleid van musea, nauwgezet volgen en van tijd tot tijd aanzwengelen.

Meer verdieping: 'Design in musea: affordances en belang van fysieke omgeving' ›

Lees ook: 'Gemengd dubbel' uit Dude ed. 4, 2016 ›
Dude ed. 4, 2016 (17 december 2016)

Lees ook: 'Design in musea', hoofdartikel uit Dude ed. 4, 2017 › 
Dude ed. 4, 2017 (16 december 2017)

Foto's: Ewouter Blokland

Design in musea