14-10-2016 - Designcriticus Ed van Hinte spitte door het werk van de nieuwste lichting ontwerpers, plaatste alles in perspectief, signaleerde verschillende trends en scheidde kaf van koren.

TEKST ED VAN HINTE

English version here ›

De eindexamenselectie van Dude bevat dertig opvallende afstudeerprojecten. Maar natuurlijk is de oogst van dit jaar veel breder. Designcriticus Ed van Hinte spitte door het werk van de nieuwste lichting ontwerpers, plaatste alles in perspectief, signaleerde verschillende trends en scheidde kaf van koren.

Volgen van afstudeerwerk is als koppensnellen in de krant. Je maakt een snelle scan van wat er speelt en wat de resultaten zijn. Er zijn studenten die ik als docent meemaak, bij een paar opleidingen zie ik de eindpresentaties en hier en daar vang ik iets op van vakgenoten. Zo ontstaat enig inzicht zonder overzicht. Dan blijkt het heel prettig om naast de normale ervaring de Dude-voorselectie van honderdtwintig afstudeerders van academies voorgeschoteld te krijgen. Het tijdsbeeld wordt er veel scherper van.

 

'DE VERSCHEIDENHEID VAN ONDERWERPEN
WAARAAN AFSTUDEERDERS ZICH
UITLEVEREN IS INDRUKWEKKEND'

 

De verscheidenheid van onderwerpen waaraan afstudeerders zich uitleveren is indrukwekkend. Van de uitgekozen projecten is meer dan de helft geëngageerd. Daarmee bedoel ik dat die ongeveer zeventig kandidaten met hun werk refereren aan een bepaald problematisch verschijnsel. Ze willen er iets aan verbeteren, of er iets mee doen. Er is bijvoorbeeld te veel lawaai, of er is een overschot aan afval van gepelde garnalen dat geschikt kan zijn voor een nieuw materiaal. Verder willen veel van deze ontwerpers, van het totaal ongeveer een derde deel, inderdaad de aandacht vestigen op het euvel dat zij hebben geconstateerd. Het veld van projecten waarvoor dit geldt is alleen bloemrijker dan ik me had voorgesteld. De onvermijdelijke fascinaties zijn er ook, maar dat zijn er niet meer dan negen.

 

'IK HOUD ERVAN ALS ONTWERPERS
ZICHZELF VOOR HET BLOK ZETTEN
DOOR MOGELIJKHEDEN UIT TE SLUITEN
EN DAARDOOR ONTDEKKINGEN DOEN'

 

Uit de voorselectie van Dude, samen met het werk dat ik daarbuiten ken, onderscheidt ik iets van achttien verschillende soorten afstudeerthema's, met 'maatschappelijk' als grootste en 'filosofie', 'gedragsbeïnvloeding' en 'vakmatig' als kleinste, elk met één project. Er is geen sprake van een zaligmakende indeling, want wie hokjes bedenkt stuit onvermijdelijk op de overlap en uitzonderingen die het categoriseren leuk maken.

Mijn methode is simpel. Ik ben bovenaan de lijst begonnen. Dat was nogal willekeurig, want ik weet niet waarop de volgorde berust: geen alfabet, geen opleiding, geen discipline. Doet er ook niet toe. Daar stond 'Eyomimicry'. De ontwerper Sander Erdmann ontwerpt camera's volgens ongebruikelijke natuurlijke oogprincipes, zoals het facetoog. Biomimicry met ogen. Hij wil laten zien wat dat oplevert. Het accent ligt hier wat mij betreft op 'techniek'. Dat werd dus de categorie. Bij verder doorspitten van de thema's heb ik daar 'materiaal en techniek' van gemaakt. Er vallen voorbeelden van hergebruik onder, maar ook vormexperimenten. Mij bevalt 'Evolving Patterns' van Milou Voorwinden, omdat ze het weven inzet voor rijke kleurige combinaties van materialen, inclusief snoer en koord. 'Collection Nassau' van Kelly de Gier vind ik ook sterk, bijna om een tegengestelde reden. Ze heeft een restant blauwe stof voor uniformen van de marechaussee gebruikt om kleding te maken, zonder fournituren. Sluitingen en detaillering komen voort uit vorm en verstijving van het weefsel met textiellijm. Ik houd ervan als ontwerpers zichzelf voor het blok zetten door mogelijkheden – hier knopen en ritsen – uit te sluiten en daardoor ontdekkingen doen.

Tot techniek reken ik ook 'Can a robot have a mental disorder' van Erik van der Veen. Hij vraagt zich af of toetsen last kunnen gaan hebben van aanslagen en of stofzuigers poetsdwang ontwikkelen. Er is een lichtvoetig filosofisch verband met het werk van Elisabeth Hunting. Zij studeerde af bij de tweede lichting van ArtEZ Creative Writing; niet in de voorselectie, wel gezien. Zij ontwikkelde onder meer een formulier om te testen of je een robot bent. Er zat meer interessants bij deze nieuwe afstudeerrichting. De intrigerende poëzie van Lotte de Vos was vreemd ontroerend, door de begeleiding van de voordracht met vertraagde videobeelden van uit evenwicht rakende mensen en dieren. Zulke beelden zijn bekend van onverteerbare televisieprogramma's met door overtollige babbelkoppen aangekondigde 'funniest homevideos', maar spraken hier door de samenhang met gedichten een heel andere taal. Bij de Dudeselectie zat wel de dichtbundel 'raas', over een onderwijzeres die de Groningse aardbevingen ontvlucht, compleet met een overzichtskaart. De belofte van de nieuwe richting zit hem in de mogelijkheid dat schrijvers en dichters hun werk leren uitdrukken in verschillende media en met meer middelen dan alleen woorden. Ik heb de indruk dat studenten daar scherper leren reflecteren dan bij andere disciplines: een aanleiding voor meer samenwerking.

 

'DE MEESTE AFFINITEIT HEB IK
TOCH MET ONTWERPERS DIE
LIEVER VERKENNEN WAT ER
KAN, DAN ZICH VOEGEN NAAR
HOE ZE DENKEN DAT HET HOORT'

 

Het meest conventioneel zijn de afstudeerrichtingen op het gebied van ruimtelijk ontwerpen, ook een duidelijke categorie. Afstudeerders verdiepen zich in stedelijke aanpassingsprocessen, of ze onderwerpen zich aan de geometrische eenvoud van een eeuw geleden. Toch vond ik er een inspirerend werkstuk tussen: 'Vrijheid in ruimte' van José Koers. Ze definieerde een interieur met dun wit textiel loshangend in een eenvoudig frame en deed dat intelligent, met een rustige toonzetting. Ik meen er de opvattingen van Shigeru Ban in te herkennen, een van de weinige architecten die ik bewonder.

De meeste affiniteit heb ik toch met ontwerpers die liever verkennen wat er kan, dan zich voegen naar hoe ze denken dat het hoort. Daarom spreekt het werk van Anastasia Kubrak me aan. Ze bedacht het bedrijf 'Unreal Estate', dat vermommingen levert voor luxe villa's en landgoederen, zoals je die hebt voor militaire toepassingen: camouflage, en opblaasbare tanks en straaljagers. Eigenaren voorkomen met valse tennisbanen en opblaasschuurtjes dat vanuit de satelliet hun vruchten van corruptie herkenbaar zijn. Toegegeven: Kubrak studeerde af in communicatie en niet in ruimtelijk ontwerpen.

 

'HET MEEST ZINVOL ZIJN DAN WAT
MIJ BETREFT VOORSTELLEN OM
COMMUNICATIE IN GANG TE ZETTEN,
 ZONDER IETS AF TE DWINGEN’

 

Met zo'n project betreden we het virtuele domein. De muur tussen virtueel en echt brokkelt af. Pokémon heeft er deze zomer een vernietigende roodwitte bal tegenaan geknald. Het is logisch dat afstudeerders vanuit verschillende invalshoeken de potentie van VR [virtual reality, red.] hebben verkend en boeiend om te zien hoe een betrekkelijk oud principe – zo'n bril werd in 1968 voor het eerst getest, maar die hing nog aan het plafond vanwege zijn gewicht – steeds weer de kop opsteekt, telkens ietsje beter en toegankelijker. Vermoedelijk heeft VR de plaats ingenomen van 3D-printen als techno-thema. Ik kan de filosofische benadering van Elizaveta Pritychenko in 'Welcome to the Desert of the Real' waarderen om de manier waarop ze het vervagen van de grens tussen reëel en virtueel aan de orde stelt. Ze doet dat uiteraard in VR. Haar virtuele presentatie heb ik (nog) niet gezien. Ik ben zelf inmiddels tot de conclusie gekomen dat 'augmented reality' eigenlijk 'diminished reality' zou moeten heten. Misschien komt dat nog.

Uiteindelijk hebben we dan toch de categorie 'geëngageerd' bereikt. Daarbij zitten vermakelijke uitgangspunten, zoals het idee dat je tegen je zin gastvrij hoort te zijn, van Rozemarijn Oudejans. Ze sloeg spijkers in stoelzittingen en bakte 'rot-op-koekjes' om ons te laten nadenken over gastvrijheid. Daarbij kom je direct terecht op de actualiteit van migratie. Een flink deel van het ontwerpwerk ging daarover. Het meest zinvol zijn dan wat mij betreft voorstellen om communicatie in gang te zetten, zonder iets af te dwingen. Jiawei van Kleef ontwikkelde een app waarmee mensen die samen willen voetballen elkaar kunnen vinden. Marleen Gubler ontwikkelde een algemener platform. Ze draaide het principe van migratie om en ontwierp een 'koffer', waarmee Nederlanders hier op reis gaan naar een andere cultuur, ook hier. Zain Naqvi, zelf in zijn jeugd als vluchteling in Nederland beland, bracht als ruimtelijk vormgever overzichtelijk in beeld wat er in het klein gebeurt en wat dat op het niveau van beleid zou moeten betekenen. 'Boundaries' is de proeftuin die hij ontwierp om de resulterende strategie te testen en te verbeteren.

Dat principe van testen is zo belangrijk. Het komt geestig aan bod in de collectie van Sarah Louwaert. Zij zegt: De Noordpool is weg. We moeten ons beschermen tegen milieurampen. Daarom ontwierp zij uitbundige outfits in de taal van veiligheidsmaatregelen. Daaronder een fors knaloranje opblaasjack met op de rug: 'Mind Your Step'. Dat beeld in de modeshow blijft me van dit jaar het best bij. 

Ed van Hinte

Deze tekst werd ook gepubliceerd in Dude 3, 2016, als inleiding op de definitieve selectie van de dertig beste design graduates.

Afbeeldingen:
– Sarah Louwaert, I NEED TO BE PROTECTED
– Zain Naqvi, Boundaries
– Marleen Gubler, We are all immigrants, our home is the earth
– Rozemarijn Oudejans, Gast_vrij
– Jiawei van Kleef, Refugees Humanized
– Anastasia Kubrak, Unreal Estate
– José Koers, Vrijheid in ruimte
– Erik van der Veen, Can a Robot Have a Mental Disorder?
– Sander Erdmann, Eyomimicry

Dude