14-10-2016 - Het CBK Groningen vroeg ontwerpers na te denken over nieuwe toepassingen van de grondstoffen suiker en zout die in de provincie Groningen worden gewonnen en verwerkt door de industrie. 

TEKST KIM HOEFNAGELS

Zout en suiker. Ze geven smaak aan je eten, maar je kunt er beter niet te veel van tot je nemen. Het Centrum Beeldende Kunst Groningen (CBK Groningen) vroeg ontwerpers na te denken over nieuwe toepassingen van deze twee grondstoffen die in de provincie Groningen worden gewonnen en verwerkt door de industrie. Na een presentatie in de Oude Suikerfabriek in Groningen (t/m 16 oktober), zijn de resultaten tijdens de Dutch Design Week te zien in het Van Abbemuseum onder de titel: ‘Made in Grunn: Feeding the Senses with Sugar and Salt’. Drie designers geven tekst en uitleg.

Arne Hendriks (1971) is kunstenaar, tentoonstellingsmaker en docent aan onder meer de Design Academy Eindhoven. In 2016 was hij ‘artist in residence’ bij het NIAS-KNAW.

‘Substanties als zout en vet fascineren me al lang. Het zijn stoffen waarvan de definitie vaststaat. Mensen hechten er bepaalde waarden aan, zonder erover na te denken wat zo’n substantie precies voor hen betekent. Zout is per definitie om te consumeren, te conserveren of te strooien tegen gladheid. Vet is per definitie iets dat in je eten zit en daarna op je heupen en in je aderen. Voor mij zijn dit soort aannames een aanleiding voor uitvoerig onderzoek. Ik vind namelijk dat je een substantie pas goed kunt definiëren als je zelf hebt onderzocht wat het is, of kan zijn. Dan pas kan je je er ertoe verhouden. 

Het loslaten van bestaande definities is volgens mij essentieel voor innovatie. Bedrijven vertalen innovatie vaak als “dingen in een ander perspectief zien”, maar dat is niet genoeg. Om een product écht te vernieuwen, moet je alles wat je erover weet overboord gooien. Dan is het nog maar de vraag wat erover blijft van je businessmodel. Innovatie vraagt vertrouwen. En tijd. In het bedrijfsleven en de wetenschap moet een onderzoek vaak direct resultaat opleveren. Dat is jammer, want zo blijven échte productinnovaties uit. 

In opdracht van CBK Groningen heb ik op een vrije manier fundamenteel onderzoek gedaan naar zout. Wat vind ik er interessant aan? Bijvoorbeeld dat die kleine kristallen die ik op mijn eitje strooi, ongeveer even oud zijn als de aarde zelf. Ze bleven zo’n twee-, driehonderd miljoen jaar geleden achter in de bodem van Groningen doordat de zee verdampte. Nu liggen er dikke pakketten steenzout kilometers diep onder de grond, onaangetast door de effecten van de mens. Daardoor is de essentie van het ecosysteem van al die jaren geleden, nog altijd aanwezig in dit mineraal dat in Groningen uit de bodem wordt gehaald. Steek je vinger in een potje zout en je staat in contact met onze prehistorie! Toen ik tot dat inzicht kwam, wist ik welke kant het project op moest. Ik wilde laten zien dat zout even betekenisvol is als een fossiel van een prehistorisch organisme.

 

'STEEK JE VINGER IN EEN POTJE
ZOUT EN JE STAAT IN CONTACT
MET ONZE PREHISTORIE’

 

Fossielen zijn mooi omdat ze heel tastbaar zijn. Als je er één vastpakt, heb je echt iets in je handen. Zout glipt tussen je vingers weg. Je kunt het niet goed bekijken of koesteren. Door het zout uit Groningen op te lossen in water en in een aquarium te presenteren, maak ik de oeroude zee weer zichtbaar. Feitelijk is het een glazen bak met water, maar in abstracte zin is het ook een kijkdoos naar ons ecosysteem van miljoenen jaren geleden. 

Ik las ergens dat als je naar een aquarium vol vissen tuurt, je bloeddruk en hartslag omlaag zouden gaan. Vandaar ook dat ze vaak in wachtkamers van ziekenhuizen staan, zodat je even kunt wegdromen bij een andere wereld. Ik hoop dat mijn aquarium ook zoiets teweegbrengt; dat mensen zich een prehistorische wereld gaan voorstellen waarvan dit zoute water ooit deel uitmaakte.’

Nadine Sterk (1977) vormt samen met Lonny van Ryswyck (1978) Atelier NL, een designstudio die aardse ingrediënten zoals zand en klei omzet tot gebruiksmaterialen, zoals keramiek, verf en glas.

‘De industrie bewerkt grondstoffen uit de natuur vaak zodanig dat de oorspronkelijke herkomst ver te zoeken is. Wie eet of drinkt van een industrieel vervaardigd aardewerk bord of theekopje, ziet amper dat deze voorwerpen zijn gemaakt van gebakken klei afkomstig uit de grond. Hetzelfde geldt voor glas. De glasindustrie gebruikt louter wit, puur zand dat wereldwijd slechts te vinden is in een klein aantal zandgroeves. Niks wordt aan het toeval overgelaten, alles wordt gecontroleerd zodat de kleur en consistentie van het materiaal precies uitpakken zoals van tevoren is bedacht. 

Door dit streven naar perfectie wordt eigenlijk het kind met het badwater weggegooid. Grondstoffen bevatten een schat aan informatie; verhalen over de chemie, historie en geologie van de plek waar ze uit de grond zijn gehaald. Klei bijvoorbeeld, bestaat oorspronkelijk uit kleine stukjes rots die vanaf gebergtes als de Alpen via stromend rivierwater naar Nederland zijn gebracht en onderweg zijn verrijkt met mineralen. Als je deze klei goed bekijkt, is het verhaal van die reis eruit af te lezen. Waarom zou je zoiets wegpoetsen in een eindproduct? 

Voor het zoutproject hebben we een serie proeven opgezet met diverse zoutsoorten, waaronder het magnesium- en keukenzout uit Groningen. Geïnspireerd op de oeroude techniek van het maken van zoutglazuur – waarbij je het oppervlak van steengoed laat smelten tot een glasachtige laag – hebben we allerlei experimenten uitgevoerd. We hebben de zouten laten kristalliseren, gemengd met klei en gestookt op zowel hoge als lage temperaturen. De chemische kenmerken van het mineraal wisselen per regio en reageren elk op een andere manier. Hoe een procedé uitpakt, weten we dus pas op het moment dat de oven open gaat.

 

'DOOR DIT STREVEN NAAR PERFECTIE
WORDT EIGENLIJK HET KIND MET
HET BADWATER WEGGEGOOID’

 

Bij een van de experimenten, met een bepaalde mix van magnesium- en natriumchloride, ontstond er een diep roodbruine laag op het keramiek. Alsof het oppervlak was gaan roesten. We zagen schitterende kleurlagen ontstaan, van lichtoranje tot donkerbruin, vergelijkbaar met een bodemprofiel. Om deze gelaagdheid goed tot zijn recht te laten komen, wilden we in de hoogte werken. Het resultaat is een serie vazen waarvan het oppervlak geoxideerd lijkt. 

Het interessante en tegelijkertijd het ingewikkelde van zout is dat het alles aantast waarmee het in aanraking komt. Het “bijt” echt overal doorheen, waardoor het niet eenvoudig was de vazen waterdicht te maken. Corrosie is een voortdurend proces dat zich moeilijk laat intomen of voorspellen. Zo is een van onze experimenten uitgegroeid tot een soort opengeknapte steenpuist. Onbruikbaar als vaas, maar ongelooflijk mooi om te zien hoe een chemisch proces een materiaal volledig kan transformeren. 

Door onze proeven en experimenten komen we soms tot ontdekkingen, waar een industrie minder snel aan denkt. Samenwerkingen leiden tot andere en soms betere resultaten dan wanneer ieder afzonderlijk werkt. Wij zien dit project dan ook als een mooi experiment van hoe vormgevers en de industrie kunnen samenwerken.’ 

Karlijn Souren (1983) is ‘social food designer’ en geeft les aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam.

‘Ik heb het idee dat veel mensen zout en suiker in dezelfde categorie scharen. Beide bestaan uit kleine witte korrels die je duidelijk proeft op je tong. Maar er zijn ook grote verschillen: de één is een delfstof, de ander een industrieel product gemaakt van een gewas. Alleen blijft deze herkomst grotendeels onzichtbaar. Bij Dode Zeezout of Waddenzout kun je nog een voorstelling maken, maar wat is keukenzout? En waarom bestaat er geen variatie in suiker gemaakt van suikerbieten? 

Voor Made in Grunn bedacht ik een evenement om zout en suiker nieuwe betekenissen te geven. Ik nodigde bezoekers uit om over twee witte “lopers” te lopen, waarvan één gestrooid met zout en de ander met suiker. Ze ervoeren hoe het was om op de korrels te stappen en hoe het één anders knisperde dan het ander. Tegelijkertijd ondergingen ze een aantal “rituelen” die de stoffelijke eigenschappen van zout en suiker belichtten of iets zeiden over onze relatie tot (een van) beide. Voorafgaand, tijdens het wachten, kregen de bezoekers hapjes voorgeschoteld met zout of suiker als essentieel ingrediënt, zoals gepekeld fruit en zoetigheden met een suikerlaagje. Door niet alleen de smaakpapillen, maar alle zintuigen te prikkelen, wilde ik gevoelens bij mensen oproepen en voor verwondering zorgen.

 

'DAT WAS EEN PRACHTIG, HAAST
SURREALISTISCH GEZICHT; ALSOF
IK IN EEN SNEEUWBOL WAS BELAND’

 

Bij mij kwam het moment van verwondering tijdens mijn bezoek aan de zoutfabrieken van Akzo Nobel en Zechstein. Op het moment dat ik de enorme houten loods van Akzo Nobel binnenstapte, werd er een nieuwe lading zout gelost. De korrels vielen als sneeuwvlokken van boven naar beneden. Dat was een prachtig, haast surrealistisch gezicht; alsof ik in een sneeuwbol was beland. Bij de rondleiding bij Zechstein en Nedmag werd ik vooral geboeid door het industriële proces: ze lossen het magnesiumzout eerst op in water en zuigen dat uit de zoutlaag in de grond. In vloeibare vorm komt het op een lopende band terecht, waarna het heel snel wordt afgekoeld. In een fractie van een seconde krijgt het zout een vaste vorm en wittere kleur. Hoe ze dat precies doen, is fabrieksgeheim. Het zout zelf heeft trouwens ook een fascinerende eigenschap: het trekt vocht uit de lucht aan, waardoor het oplost als je het in je hand houdt. Je knippert even met je ogen en het is verdwenen.

 Mijn interesse in eten is ontstaan tijdens mijn stage bij eetdesigner Marije Vogelzang. Ik studeerde productontwerp aan de HKU en ontdekte dat ik liever eetervaringen vormgaf dan gebruiksvoorwerpen. Inmiddels houd ik me alweer zo’n tien jaar met dit onderwerp bezig en ik ben er nog lang niet op uitgekeken. Eten raakt namelijk aan alles: aan cultuur en geschiedenis, biologie en psychologie, natuur en techniek, aan emoties en herinneringen. Het zou mooi zijn als mensen door mijn project met andere ogen naar zout en suiker gaan kijken. Dat wat ze hebben geproefd en ervaren, deel gaat uitmaken van de verhalen die ze erover vertellen.’

PARTNERS 

Het CBK Groningen koppelde Arne Hendriks, Atelier NL en Karlijn Souren aan vier bedrijven uit de zout- en suikerindustrie: Zechstein en NedMag, Akzo Nobel en Suikerunie. Zechstein levert door Nedmag gedolven puur magnesiumzout aan verwerkingsbedrijven – die er voornamelijk wellnessproducten of voedingssupplementen van maken. Akzo Nobel delft in Groningen hoofdzakelijk zout voor de chemische industrie en de Suikerunie, gevestigd in Hoogkerk, verwerkt suikerbieten tot onder anderen kristalsuiker en stroop.

TALENTEN 

Op weg geholpen door de drie ervaren designers zijn ook vijf ontwerptalenten aan de slag gegaan met suiker, namelijk: Elise van Beurden, Emma van der Leest, Randy Jansen, Liza Verhoeven en Karlijn Sibbel. Welke nieuwe producten, concepten en toepassingen zij hebben bedacht, is tijdens de Dutch Design Week te zien in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Karlijn Sibbel werd met haar schaal van zoutkristallen vorig jaar geselecteerd als een van de dertig Dude Graduates. Lees in de eindexamenspecial van dit jaar hoe het haar verging.

WWW.CBKGRONINGEN.NL

Dit artikel verscheen op 8 oktober 2016 in Dude, Dutch Designers Magazine.
Dude is los verkrijgbaar of als abonnement. Kijk hier voor meer informatie.

Beeldmateriaal:
– Campagnebeeld Made in Grunn
– Schets Arne Hendriks
– Zoutproeven Atelier NL
– Karlijn Souren (foto: Storm Calle)

Dude