06-07-2017 - Het is volgens het College van Rijksadviseurs niet raadzaam de titelbescherming van interieurarchitecten af te schaffen.

Het is niet raadzaam de titelbescherming van interieurarchitecten af te schaffen. Tot die conclusie komt het College van Rijksadviseurs in een advies dat is uitgebracht aan de ministers van EZ, OCW en BZK. Het College, dat onder voorzitterschap staat van rijksbouwmeester Floris Alkemade, adviseert het Kabinet gevraagd en ongevraagd over ruimtelijke kwaliteit. Aanleiding voor het advies is het Nationaal Actieplan gereglementeerde beroepen, dat de minister van Economische Zaken in 2015 aan de Tweede Kamer aanbood. In het Actieplan werd de vraag gesteld of de titelbescherming van interieurarchitecten "nog passend is".

In Nederland genieten interieurarchitecten wettelijke bescherming van hun titel, evenals bouwkundige architecten, tuin- en landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Alleen zij die de vereiste opleiding hebben gevolgd, onder supervisie een tweejarige beroepservaringperiode hebben doorlopen en zijn ingeschreven in het Architectenregister, mogen zich architect of stedenbouwkundige noemen.

Ongewenst

Het College van Rijksadviseurs acht afschaffing van de titelbescherming om een aantal redenen ongewenst.

-Ten eerste: interieurarchitectuur is een vak op zich. Titelbescherming maakt de buitenwereld duidelijk dat het om een zelfstandige discipline gaat, waarvoor een gespecialiseerde opleiding en beroepservaring noodzakelijk zijn. Dat is zeker ook van belang bij internationale opdrachten, waar titelbescherming wordt gezien als een keurmerk.

-Ten tweede: Het publieke belang van de interieurarchitectuur is groot. Het interieur van kantoren, fabrieken en openbare gebouwen is voor vele burgers de omgeving waarin ze een groot deel van hun tijd doorbrengen. Aan de inrichting van die ruimten moeten daarom hoge eisen worden gesteld. Bovendien vragen verduurzaming, herinrichting en transformatie van bestaande gebouwen steeds meer aandacht. Voor al deze opgaven is de interieurarchitectuur een onmisbare discipline.

-Ten derde zou intrekken van de titelbescherming de verbinding met de beschermde zusterdisciplines: bouwkundige architectuur, tuin- en landschapsarchitectuur en stedenbouw onherstelbaar beschadigen.

-Ten vierde zou een dergelijke stap een abrupte breuk zijn met het beleid dat in enkele decennia tot stand is gekomen, met schadelijke gevolgen voor het beroep zelf, de kennis die op dit gebied is verzameld en de gecreëerde opleidingsstructuur. De Rijksadviseurs wijzen er op dat er juist de afgelopen jaren forse investeringen zijn gedaan in de opleiding van interieurarchitecten. De verplichte opleidingsduur steeg van vier naar zes jaar (een masteropleiding is nu verplicht) en daar kwam nog een tweejarige beroepservaringperiode bij. Intrekking van de titelbescherming zou de beroepsgroep ernstig duperen. In die titel hebben de nieuwste lichtingen immers twee jaar masteronderwijs en twee jaar beroepservaring geïnvesteerd.

Beroepsgroep

Het College van Rijksadviseurs roept het Kabinet op de beroepsgroep actief te betrekken bij het bedenken van oplossingen voor een aantal urgente maatschappelijke vraagstukken, in de geest van de Bouwagenda, het nationale innovatieprogramma voor de hele bouwsector. De volksgezondheid, de bevordering van duurzaamheid en het goed laten verlopen van de energietransitie zijn gebaat bij de inbreng van ontwerpende disciplines als de interieurarchitectuur. De intentie de ontwerpende disciplines in te zetten is ook te vinden in het Topsectorenbeleid van de minister van EZ, in de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp 2017-2020, van de ministers van OCW en I&M en in het manifest Ontwerpkracht voor het NL van NU, dat vertegenwoordigers van de Nederlandse creatieve industrie onlangs aan de Informateur hebben gestuurd.

Tot slot geeft het College van Rijksadviseurs de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in overweging te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor het creëren van een afstudeerrichting Interieurarchitectuur aan de TU Delft die, na het doormaken van de beroepservaringperiode, recht geeft op inschrijving als interieurarchitect in het Architectenregister. Dat zou niet alleen recht doen aan het gegroeide maatschappelijk belang van de discipline, het zou ook de kennis over en de theoretische en wetenschappelijke verdieping van het vak vergroten.

Bijdrage BNO

Jeroen Luttikhuis (bestuurslid BNO), Paul Seuntjes (BNO-platform Interieurarchitectuur) en Patrick Aarts (Senior Projectmanager BNO) zijn actief betrokken geweest bij het CRA-onderzoek. Daarnaast hebben verschillende BNO-leden door middel van interviews input geleverd.

Foto: Emma Kinderziekenhuis / Fotograaf: Mike Bink