03-03-2017 - BNO-leden kunnen via Stichting Rechtshulp Ontwerpers tegen gereduceerd tarief advocaten inschakelen als dat nodig is. Twee successtory's.

BNO Advies geeft kosteloos juridisch en zakelijk advies aan bij de BNO aangesloten ontwerpers en ontwerpbureaus. Met dit advies op de achtergrond kunnen de meesten daarna weer verder; een (dreigend) conflict wordt opgelost, contractsonderhandelingen succesvol afgerond, een ontwerp goed beschermd, een inbreuk op rechten gestopt. Als dit niet lukt, en een advocaat nodig is, kunnen bij de BNO aangesloten ontwerpers via de Stichting Rechtshulp Ontwerpers advocaten inschakelen tegen gereduceerd tarief.

Bestseller-clausule avant la lettre: van €0,00 naar 1,5 ton auteursrechtvergoeding

Een van de zaken die door de SRO is ondersteund, kwam bij de BNO binnen door een vraag of de BNO eens kritisch zou willen kijken naar een akte van overdracht die de ontwerper had ontvangen, omdat de ontwerper zich niet kon vinden in een aantal van de bepalingen. Bij verder doorvragen bleek dat het om een zeer succesvol productontwerp ging, dat de opdrachtgever via een wedstrijd had verkregen, en waarvoor nooit een redelijke vergoeding was betaald. Nu had ook niet in de wedstrijdvoorwaarden gestaan dat er bijvoorbeeld royalty's zouden worden betaald, maar daarin was aangegeven dat het ontwerp een oplossing moest bieden voor een milieuvraagstuk en dat het een non-profit initiatief was. Het tegendeel bleek waar: het product werd op grote schaal en tegen profit-prijzen in de markt gezet. Wel had de ontwerper vanaf het begin aangegeven dat hij wel degelijk royalty-afspraken wilde maken als het product een succes zou worden, alleen werd daar niet op ingegaan.

 

'HET TEGENDEEL BLEEK WAAR:
HET PRODUCT WERD OP GROTE SCHAAL
EN TEGEN PROFIT-PRIJZEN
IN DE MARKT GEZET.'

 

De akte regelde een volledige overdracht van rechten van het winnende ontwerp en de doorvertalingen daarvan, zonder redelijke vergoeding. Als de ontwerper deze klakkeloos had getekend, was hij al zijn rechten, en daarmee ook zijn onderhandelingspositie kwijt geweest. Saillant detail was dat de akte vlak vóór 1 juli 2015 aan de ontwerper werd toegestuurd, de datum waarop het Auteurscontractenrecht in werking trad en waarin onder meer is bepaald dat bij een onvoorzien succes, een maker aanspraak kan maken op een aanvullende vergoeding, de zogenaamde bestseller-bepaling.Door het inschakelen van de advocaat, kwamen alsnog onderhandelingen op gang. Uiteindelijk zijn de rechten wel overgedragen, maar is daarvoor een vergoeding van 150.000 euro betaald en is de voorwaarde bedongen dat de naam van de ontwerper telkens bij het product wordt vermeld. Alhoewel de bestseller-bepaling formeel nog niet in de wet stond toen dit speelde, heeft deze wel degelijk een belangrijke rol gespeeld in de onderhandelingen. Dat is nu (sinds juli 2015) wel het geval en dit is een schoolvoorbeeld van hoe de bepaling werkt. Bovendien laat deze case nog eens zien dat het laten checken van een contract door BNO Advies op alle fronten zinvol kan zijn.

Kunstgalerie trekt kunstwerk uit elkaar en verkoopt dit in stukjes

Ontwerpster en kunstenaar Pieke Bergmans heeft met ondersteuning van de SRO een rechtszaak aangespannen tegen een galerie in het zuiden van het land. Deze galerie benaderde met enthousiaste verhalen en vooruitzichten meestal jonge ontwerpers om hun werk te promoten en verkopen. Maar als de ontwerpers vroegen om duidelijke afspraken, of om afrekening van de aan hen toekomende bedragen, dan sloegen de galeriehouders om als een blad aan de boom. Er werd gedreigd met advocaten, slechte PR en de ontwerpers konden fluiten naar hun producten en vergoedingen.

Pieke Bergmans had iets soortgelijks meegemaakt: in opdracht en op verzoek van de galerie ontwierp zij een kroonluchter, bestaande uit 41 glazen 'blubs', die de eyecatcher was op de prestigieuze beurs Design Miami. Het begon er al mee dat de galerie de prijs zonder overleg aanzienlijk verhoogde, waardoor de Light Blub Chandelier uiteindelijk niet werd verkocht. Vervolgens weigerde de galerie de productiekosten te betalen, wat wel de afspraak was, en bleek de galerie de chandelier uit elkaar gehaald te hebben: er bleken 15 van de 41 blubs te missen die de galerie, opnieuw zonder medeweten van Pieke apart had doorverkocht in de vorm van een nieuwe kroonluchter. Toen Pieke dit aan de orde stelde, brak de hel los en kreeg zij te horen dat de galerie niets aan Pieke verschuldigd was en dat als zij er een zaak van zou maken, Pieke allerlei claims van de galerie kon verwachten. Het verhaal van Pieke stond niet op zichzelf; verschillende ontwerpers hadden de BNO benaderd met klachten over deze galerie, allemaal met dezelfde strekking: intimidatie, spullen die achtergehouden werden en niet-betaling.

 

'HET BEGON ER AL MEE DAT
DE GALERIE DE PRIJS ZONDER
OVERLEG AANZIENLIJK VERHOOGDE.'

 

Een gesprek van de BNO met de galeriehouders leidde niet tot een oplossing. Daarop heeft de SRO, vanwege het principiële karakter van de zaak, besloten deze zaak volledig te ondersteunen en heeft hiervoor ook publiciteit gezocht. Dat heeft geresulteerd in een artikel in de Volkskrant, en een vonnis in september 2016. De rechter heeft Pieke grotendeels in het gelijk gesteld. Zo moet de galerie alsnog de productiekosten betalen, de missende blubs en nog een aantal vazen die zij onder zich hield, retourneren, en voor de verkochte blubs of blubs die niet meer teruggegeven kunnen worden, een schadevergoeding betalen. Op zich – onder de streep – een mooi resultaat zou je kunnen zeggen. Alleen heeft de rechter in het vonnis naar onze mening een aantal cruciale fouten gemaakt. In de eerste plaats is de rechter volledig voorbij gegaan aan het feit dat de galerie een grove schending van het auteursrecht heeft begaan. Het is toch volstrekt absurd dat de galerie een kunstwerk uit elkaar kan trekken en dat vervolgens in onderdelen zou kunnen verkopen. Dit is iets wat op grond van het auteursrecht voorbehouden is aan de maker en niet aan een galerie die de opdracht heeft om het kunstwerk te verkopen. Kennelijk heeft de rechter het niet aangedurfd hier een uitspraak over te doen.

Ten tweede heeft de rechter geoordeeld dat de relatie tussen de galerie en Pieke een agentuurovereenkomst is. Het agentuurrecht is bedoeld om de 'zwakkere agent' te beschermen tegen de sterkere principaal, die er met het klantenbestand van de agent vandoor zou kunnen gaan. Maar de relatie tussen de kunstenaar en een galerie is van totaal andere aard; het is over het algemeen de kunstenaar die beschermd moet worden tegen de sterkere galerie, waardoor het agentuurrecht hier helemaal geen rol zou moeten spelen. Dit is de reden dat Pieke en de SRO besloten hebben om in hoger beroep te gaan; het is van belang dat een hogere rechter zich uitlaat over de relatie tussen een galerie en de kunstenaar. Mag een galerie zo maar een kunstwerk verminken, zonder medeweten van de kunstenaar? En is er sprake van agentuur, of van opdracht? Deze uitspraak wordt over één à anderhalf jaar verwacht.

Meer informatie: www.rechtshulpontwerpers.nl